Lub, een gepassioneerd schrijver, over zijn kindertijd

Lub (1928, Gortel)

“Voor het huis stond een perenboom. Daar was eens de bliksem ingeslagen. Er was een heel stuk van af. Misschien is het niet zo, maar in mijn herinnering waren er vroeger meer en heviger onweersbuien dan tegenwoordig. Het kon in die tijd soms heel hard onweren. Als dat in de nacht gebeurde, moest ik altijd van moeder uit bed. Ik zat bij de tafel te knikkebollen. Je kon maar nooit weten. In de omgeving sloeg het ook regelmatig in. We hadden achter het huis een waslijn en ik zag dat de bliksem daarop insloeg. Een vuurbal liep langs de draad.”

Schrijven over vroeger. Iedereen heeft daar zijn eigen redenen voor. Childhood Memories kwam in contact met Lub die zijn herinneringen met veel toewijding had vastgelegd.

Het verhaal van Lub neemt je mee naar vroeger, naar Gortel, waar hij geboren werd en naar Vaassen waar hij na de dood van zijn vader ging wonen. Daar maakt hij, vlakbij zijn huis, nog graag een ommetje door de prachtige bossen:

“De bomen tooien zich in prachtige kleuren en als dan nog even de zon er door komt, staat alles in gouden gloed. We wonen hier op een mooi  stukje van ons vaderland en we zijn er dankbaar voor dat we dat op onze leeftijd nog mogen en kunnen zien”, aldus Lub.

Waarom terugkijken?
“Waarom dit verhaal over mijn leven, of liever over een gedeelte hiervan? Daarvoor zijn twee redenen. Ten eerste. Een onderzoek dat verricht is op het geheugen bij ouderen. Diverse ouderen communiceren wat minder of niet meer met hun omgeving en daardoor raken zij vereenzaamd. Het bleek dat, als deze mensen aangesproken werden op hun verleden, het gesprek soepel en interessant werd.

Een tweede reden om iets na te laten voor de kinderen. In de afgelopen jaren kwam het regelmatig voor dat ik nieuwsgierig was naar de jeugd van mijn ouders. Mijn vader heb ik nauwelijks gekend en met mijn moeder heb ik amper over haar jeugd gesproken. Later toen moeder overleden was dacht ik vaak: “Ik zou dit of dat nog wel eens willen vragen”, maar dat kon niet meer. Op latere leeftijd, toen ik als ouderling mee ging op huisbezoek in Niersen, liet de bewoner van dat boerderijtje, mij een deur in de achtergevel zien dat mijn vader nog ‘uitgestukt’ had. Dat doet je toch wel wat op zo`n moment. Graag had ik dus nu geweten hoe de jeugd van mijn ouders was geweest zo rond het jaar 1900. Hoe hun schooltijd was en wat ze speelden, hoe ze woonden, maar daar is nu niet meer achter te komen. Helaas. Dus doe ik mijn verhaal voor de kinderen, die later ook hun vragen zullen hebben en misschien hebben ze dan wat aan dit verhaal.”

Hieronder lees je een aantal fragmenten uit de kindertijd van Lub.

~

Lub
De grootvader van Lub“Er is nog een kind geweest, een jongen. Hij heette Lubbert en is jong overleden. […] Voor zover ik weet is hij overleden aan hersenvliesontsteking. Van mijn moeder hoorde ik wel dat mijn ouders hier erg onder hebben geleden. Dat is heel begrijpelijk. Het waren gelovige mensen, maar twijfel en wanhoop hadden, vooral bij mijn moeder, de overhand. Zij vertelde, dat zij soms als het donker was, naar buiten ging en omhoog staarde naar de hemel en bad of zij nog een glimp van haar kind mocht zien, of het wel ”behouden” was. Mijn vader geloofde daar vast en zeker in. Het kind was vaak, op zijn manier, in het kerkboek aan het lezen en legde hier en daar een blaadje bij. Voor mijn moeder was dat aanleiding om te zien wat hij bedoelde, maar wie zal het zeggen. Hij had bij psalm 107 : 22 een streepje gezet. Daar staat: “Wie wijs is merkt die dingen, en geeft verstandig acht op `s Heeren handelingen. Zo vol van gunst als macht”. Hierin vond mijn moeder dan weer troost. Toen ik geboren werd moest er dus weer een Lubbert komen. Genoemd naar opa van moeders kant Lubbert (zie foto hiernaast). Hoewel ik eigenlijk naar opa van vaders kant moest heten en wel Hendrik, naar opa Hendrik. Maar och, wat is de naam.“

Kerk en geloof
“Misschien dat ik het bezig zijn met de kerk en het geloof van mijn beide opa´s heb geërfd want opa Bosch was bestuurslid van de school in Gortel en voorlezer in de kerk. Terwijl opa zich hier ook mee bezighield, maar dan bij hem thuis; hij hield er Bijbellezingen. Dat was in die tijd voornamelijk in de winter, als er op het land of in de bos niet zo veel te doen was en de avonden lang waren. De buren kwamen dan samen waarbij hij een preek voorlas en daar over gesproken werd. Kom daar nu eens om. Maar in het afgelegen gehucht was er verder ook niet veel te beleven en niet iedereen kon toen nog goed lezen.”

ZiekLub in het kinderziekenhuis
“Als kind was ik nogal ziekelijk want op 2-jarige leeftijd kreeg ik kinderverlamming. Dankzij de goede zorgen en vroegtijdig optreden zijn de overblijfselen hiervan zeer beperkt gebleven. Ik ben verpleegd in het kinderziekenhuis in Apeldoorn. Ik zou in een tehuis ergens aan de kust verpleegd worden. Mijn moeder en een verpleegster van de Houtvesterij zijn daar met mij naar toe geweest, maar mijn moeder kon het niet over haar hart krijgen mij daar achter te laten.” Op de foto hiernaast zie je Lub in het kinderziekenhuis.

Vlierstruiken
Bij de vlierstruiken“Ik kan mij van de tijd in Gortel niet veel herinneren. Ik kan mij herinneren dat tussen het huis en de schuur vlierstruiken stonden en dat ik daar speelde. Ik had daar een plank waarop ik scheurtjes (scherfjes) van kopjes, die ik zocht, uitstalde. Het mooist waren scherfjes met bloemetjes er op enzo.  Er zijn enkele foto`s van mij met mijn vader op de bank en bij de kippen. Het zijn vage herinneringen die ik heb. Maar het kan ook zijn dat de foto`s mijn herinnering vormen. Links de vlierstuiken waar ik speelde. De foto lijkt mij genomen vlak voor wij naar Vaassen gingen.”

Vader
Met zijn vader op een bankje“In de tijd voor hij ziek werd, hielp ik mijn vader bij het opgraven van oudheidkundige voorwerpen. Er werden ook grafheuvels uitgegraven in de buurt. […] Die grafheuvels zijn nu nog volop te vinden onder anderen in Niersen. Mijn vader stierf na een lang ziekbed, waarbij het hem heel veel verdriet deed dat hij niet voor zijn gezin kon werken. Maar, zei hij: “Ik kan er niet voor werken, maar wel voor bidden”. Zo kwam op 16 september 1932 een einde aan zijn leven. Hij mocht maar 47 jaar worden. Mijn moeder was dus al vroeg weduwe. Zij was pas 39 jaar en bleef achter met veel zorgen en weinig geld.“

“Ik was nog maar vier jaar toen mijn vader overleed, dus als kind heb je nog niet zo veel herinneringen. Wel weet ik nog dat mijn moeder erg verdrietig was en dat ik op haar schoot kroop en zei: “Maar moeti, je hebt mij toch nog?” Mijn verdriet, of gemis, kwam pas later toen ik 10- 12 jaar was en zag dat andere jongens een vader hadden en ik niet. Dat deed mij toen wel vaak pijn.”

Naar Vaassen en koninlijke ontmoetingen
“We mochten ook niet in Gortel blijven wonen. [...] Zolang je werken kunt is alles goed, maar daarna moet je maar zien. [...] Gortel had zo´n twintig huizen, een klein winkeltje/bakker en een schooltje. De bewoners waren bijna allen afhankelijk van het Kroondomein. Het waren meestal bosarbeiders die er een keuterboerderijtje bij hadden. Koningin Wilhelmina kwam regelmatig in Gortel langs. Prinses Juliana was geboren in 1909 en mijn oudste zus in 1914. We kregen nog weleens kleren van Juliana voor mijn zus. Op 31 Augustus was de Koningin jarig en de kinderen mochten dan op versierde boerenwagens naar paleis Het Loo. We reden langs het bordes en zongen liederen voor haar.”

G 73
Vaassen“Mijn moeder had drie broers die in Vaassen woonden. […] Ik denk dat zij mijn moeder geholpen hebben bij het zoeken naar een woning. We konden terecht in een huis aan de Jonasweg, toen in de volksmond de Hongerstraat genoemd. En aan de Kerkweg G 73. De nummering van de huizen ging toen nog niet per straat, maar per wijk. Als er ergens in de wijk een nieuw huis gebouwd werd, kreeg het gewoon een volgnummer, wat wel wat vreemd overkwam en het zoeken bemoeilijkte. Maar de postbodes wisten precies wie waar woonde.”

Grindweg en klinkerpad voor de paarden
“De Kerkweg was, toen wij er kwamen wonen, nog geen teerweg, maar een grindweg met een klinkerpad als paardenpad in het midden. In Vaassen waren meer van dergelijke wegen. In de zomer, als het heet was, werden de wegen stoffig en kwam er een sproeiwagen om de weg wat nat te maken tegen het stuiven. Veel verkeer was er toen nog niet. Het meeste verkeer bestond uit paard en wagen, en fietsen. Dat de straat werd geasfalteerd kan ik me ook nog goed herinneringen. Eerst werd de weg opengebroken en een laag puin gelegd. Daarop kwam het asfalt te liggen.”

Bakkersfietsen, melkbussen en kikkers
De mensen in Vaassen“Bakkers, slagers en melkboeren kwamen met de transportfiets. De melkbussen hadden aan de onderkant een kraantje. De bakkers hadden zware manden voorop de fiets vol met brood. Gelukkig voor hen was de verscheidenheid lang niet zo groot als tegenwoordig. Slagers brachten de bestellingen rond. We konden dus rustig spelen op straat, je hinderde niemand. Tussen de middag was de schaft. De mannen zaten in een groep bij elkaar en aten hun brood. Het drinken zat in geëmailleerde busjes. Als de mannen weer aan het werk gingen, lagen de busjes aan de kant van de weg in de berm. Ik heb toen klein kikkertjes gevangen en in de busjes gedaan. Toen de mannen wilden drinken, kwamen de kikkertjes tevoorschijn. Wij stonden dat met onschuldige gezichten te bekijken. Kwajongensstreken.”

Meester Kommers
“We waren wel niet arm, maar mijn moeder moest toch wel elk dubbeltje omkeren om rond te komen. Uitkeringen zoals je die tegenwoordig hebt, waren er niet. Nu was mijn moeder gewend om elke zondag naar de kerk te gaan in Gortel. Daar was in die tijd Meester Kommers. Hij was schoolmeester, maar preekte daarnaast ook in de school. Bovenop de school was een bel die luidde als de kerk begon. Ik ben menigmaal met moeder mee geweest naar de dienst. Vooral in het begin toen zij nog niet zo gewend was in Vaassen. Het was een dienst in de school, maar voor haar was het de kerk.”

‘Goätengat’
“Ons huis lag aan de Kerkweg, nog geen 100 meter van de kerk en dichtbij het dorp, dus ideaal. Het was er goed wonen. Beneden een kamer, keuken, slaapkamer, halletje, kelderkast en een ingebouwde kast, dat de “spiende” werd genoemd. De woonkamer heette “de Neerd”. We hadden geen keuken zoals tegenwoordig; er was geen aanrecht, maar een tafel en een pomp met niets daaronder. Een emmer ving het overtollige water op dat door het “goätengat” naar buiten liep in een soort zinkputje. In de winter stond er een plankje voor het gat, tegen de kou, want verwarming was er niet.”

Zelf groenten verbouwen
“Naast en achter het huis lag een tuintje. Daar verbouwde mijn moeder wat aardappels en groenten, zoals boontjes. Achter het huis stond ook een schuur dat mijn moeder daar had laten zetten. Daarin stonden onze fietsen en gereedschappen. Ook was er een kolenhok en een kacheltje, een zogenaamd “duveltje”, waar mijn moeder In en om het huis wordt hard gewerktvaak de was op kookte. Het vuur werd gestookt met afvalhout, sprikjes en turf.”

Sprikjes
“In de schuur lag een grote stapel sprikjes en dennenappels. Sprikjes zijn allerlei takjes die we mochten sprokkelen in de bossen van het Kroondomein. [...] Veel armere mensen moesten, om te mogen sprokkelen een briefje halen bij de boswachter. Ik ging ook sprokkelen en had netjes een vergunning. Houtvester Brandsma kwam weleens in het bos naar mij toe en vroeg naar mijn vergunning. Toen ik hem die liet zien, was hij tevreden en zei: ”Nou jongeman, doe maar flink je best”, en liep weer weg. De sprikjes werden door mijn moeder gebruikt om de kachel aan te maken en even flink op te stoken als er gauw iets aan de kook moest worden gebracht. Er lag altijd wel wat bij de kachel in de brandbak, en kolen in de kolenbak.”

~

LubDe herinneringen van Lub zijn ijzersterk; de beelden die hij schetst, blijven op het netvlies van de lezer staan: over het winkeltje van Dijkstra waar ze ‘bliksemrepen’ (chocoladerepen) verkochten en over de koster die ook de rol van  begrafenisondernemer had en doden aflegde. Als jongetje keek hij goed om zich heen en op latere leeftijd haalt hij alles zo weer uit zijn geheugen. Een waar genot, vindt de redactie van Childhood Memories.

Wil je nog meer van Lub lezen? Neem dan een kijkje op de website van Ecclesia in Fasna en geniet van de sfeerimpressies van de kerk in Vaassen, onder de titel Kerk van Vaassen-Plaats van herinnering.


Tags: , , , , , , , , ,

Eén reactie

  • albert smit

    Dag broeder Lub.

    Een fijn stukje om te lezen,en veel dingen van jullie moeder kwamen bij mij boven.Het overlijden van een kind heeft ook bij haar diepe sporen achtergelaten.Ze heeft mij destijds er over verteld.Ook over je vader die toch zeker wist dat het kind in de Hemel was.Maar je moeder heeft tot haar laaste dagen er mee geworsteld.Voor haar zelf wist ze het wel,ik bewaar goede gespreken hierover.
    Hart.gr. Albert Smit

Plaats een reactie