Sigarenrook, harige rupsen, strand en illustratoren

Nettie (1922 – Teteringen)

“Bij ons thuis was de sfeer altijd heel goed en gezellig, maar het werd wel steeds rommeliger toen er meer kinderen bij kwamen. Mijn moeder stopte kousen en sokken. Met vijf kinderen was dat een enorme stapel. Onder de stapel had ze een detective liggen. Als er niemand was, ging ze dat lezen.“ Jeannette, oftewel Nettie (zelf noemde ze zich toen ze jong was Nenne) vertelt over haar jeugd.

Eerste herinnering
Hond Barry, een Duitse staander kreeg jonkies met “ … dikke buikjes en die liepen in de tuin. Daar liep ook vaak dienstbode Rika met een wit schortje.”

‘Het mooiste meisje van Breda’
“Ik ben de oudste van vijf kinderen en werd geboren op de Teteringschedijk in Teteringen, dat later werd geannexeerd en bij Breda werd gevoegd. Ik heb nog drie broers, waarvan er een in Australië woont, en een zusje. Ze leven nog allemaal en we zien elkaar nog regelmatig.” De oudste broer van Nettie zei onlangs nog dat zij ‘het mooiste meisje van Breda’ was, maar daar zegt Nettie nu gekscherend zelf over: “Daar klopte natuurlijk helemaal niks van. Daar had ik geen idee van hoor. Ik had stijlblonde haren en liep in zelfgebreide donkerblauwe truien gemaakt door mijn grootmoeder. Niet heel bijzonder ofzo.”

Mijn vader: Een fabriek in de jaren twintig
Nettie met haar ouders en broertje op het strandDe vader van Nettie had van zijn vader een grote sigarenfabriek, genaamd Genta, overgenomen. “De crisis in de jaren twintig, heeft mijn vader zeer aangegrepen. Hij moest tachtig sigarenmakers ontslaan en dat viel hem heel zwaar. Mijn vader overleefde de crisis door in zijn eentje sigaren te verkopen in Rotterdam met een koffertje met sigarenkistjes erin. Dat koffertje was loodzwaar, die heb ik nog heel lang bewaard.” De zaak ging niet failliet. Later verkocht Nettie’s vader de zaak en werd directeur van De Faam, ‘fabriek van suikerwerken’.

Mijn moeder: ‘Geen opvoeding is ook een opvoeding’
Nettie’s moeder was onderwijzeres op een lagere school. Ze was heel lief en zorgzaam, alles mocht. Haar credo was dan ook ‘Geen opvoeding is ook een opvoeding.’ “Dat was heel fijn. Geen opmerkingen over ‘zit recht’ en ‘doe iets anders aan’. Ik voelde me daardoor heel vrij”, aldus Nettie. Zoals in veel kinderlevens lag er ook heimwee op de loer. Want als haar moeder weg was, ging Nettie voor het raam wachten tot haar moeder thuiskwam. “Mijn moeder deed altijd graag veel voor anderen. Naast haar werk als onderwijzeres en zorgen voor een groot gezin, was ze ook vrijwilliger bij een ziekenhuis. Ze kocht boeken in voor de bibliotheek.” Wellicht voor Nettie een inspiratie geweest; ze heeft zelf dertig jaar als vrijwilliger gewerkt in de bibliotheek van het Stedelijk Museum in Amsterdam. “Daar heb ik een hele leuke tijd gehad.”

‘Slangetjes met haren en mooie kleuren’
Nettie speelde vaak met vriendjes in de tuin. Er was een grote perenboom waarin soms honderden, mooie rupsen zaten. “Het waren net kleine slangetjes met veel haren en kleurtjes. Op een dag had ik ze met een buurjongetje allemaal verzameld. Dat was geen goed idee, want we kregen uitslag van de haartjes. Het jeukte enorm; al die kleine haartjes zaten overal.”

Autobank als zitje
Nettie in de auto van haar vaderToen Nettie zeven was, verhuisde het gezin van Teteringen naar de Cavaleriestraat in Breda. “Achter het huis waren allemaal binnentuinen, vanwaar je de watertoren kon zien. We wisselden in het huis vaak van kamer; soms alleen, soms gedeeld. De grote voorkamer met balkon vond ik de mooiste kamer van het huis.”

Nettie richtte haar kamer helemaal zelf in. Ze had een bed met een ‘zitje’. “Ik was heel inventief hoor als kind. Ik maakte van een oude autobank een zitje. Wel een beetje afgekeken van een vriendin. Voor het zitje stond een kloostertafeltje met een echt Perzisch tapijtje. Niet zo’n donkerrode, maar een lichtblauwe. Het was er heel gezellig. Ik ging er vaak met vriendinnen en vrienden zitten. We praatten, lachten en hingen over het balkon.”

Een huisje in het bos
Niet ver van huis hadden haar ouders een stukje bos waar een vriend een klein huisje had gebouwd met twee bedsteden. Naast het huisje was een meertje. Niet alleen de kinderen van het gezin gingen mee, maar ook altijd allerlei vriendjes en vriendinnetjes. “De jongsten konden daar een middagdutje doen. We speelden in een meertje, vingen visjes en er waren bloedzuigers die aan je voeten gingen zitten.”

Sigarenfabriek, een chauffeur en Louis Davids op de grammofoon
Nettie en Aard in matrozenpakjesDe grootouders van moeders kant woonden om de hoek in Breda. Ze zagen elkaar iedere zondag. “Ik herinner me nog de kussenkast met een lade waar tientallen luciferdoosjes in zaten. Daar mochten we mee spelen. Ook kregen we de balletjes uit de soep. Ze hadden ook een grammofoon waar we Louis Davids platen op afspeelden. Klassieke muziek vond ik niet zo leuk.”

Nettie ging met haar oudste broer Aart weleens meerijden in de auto van de andere grootvader. Deze had een eigen chauffeur, maar dat kon ook natuurlijk met een eigen fabriek. “Mijn broer Aart en ik zaten dan in onze matrozenpakjes te wachten. Onze grootvader nam ons mee in de auto en reed door verschillende delen van Brabant. Wij reden in de walm van sigarenrook en benzinelucht.” Nettie vond dat niet echt lekker, “ … maar ik vond het ook heel gewoon hoor. Achterin zaten we geduldig te wachten totdat de rit klaar was.”

Naar zee tegen bronchitis
Nettie in Scheveningen met haar grootvader en broertjeDe opa en oma van vaders kant hadden dan wel een sigarenfabriek in Breda, maar ze woonden in “… de elegante stad Den Haag. Zij maakten grote reizen naar Duitsland, Zwitserland en zelfs India, waar ze voor een ‘klein prijsje’ naartoe konden, omdat ze via Genua reisden. “Dat was toen, nu kun je voor een paar tientjes met het vliegtuig heen en weer. Het is zo anders geworden allemaal.”

Nettie was vaak bij haar grootouders in Den Haag te vinden, maar niet perse alleen omdat het leuk was. “Ik kreeg vrijwel iedere winter last van bronchitis en ging voor de zeelucht naar opa en oma in Den Haag. Daar knapte ik enorm van op.” Nettie omschrijft haar Haagse grootvader als een ‘ontzettende leuke man’. Samen liepen ze over de boulevard van Scheveningen, maakten zandkastelen, groeven kuilen en zwommen in zee. “Het was verrukkelijk zo de hele dag op het strand zijn.”

Jamboree ontdekken
“Toen ik wat ouder was, ben ik tijdens de zomer in Zandvoort twee keer op m’n eentje naar de Jamboree geweest. Dat was in 1936 geloof ik.” Als je haar vraagt waarom ze daar naartoe ging, antwoordt ze: “ Ik was een heel gewillig kind,  ik deed alles wat me gevraagd werd en vond alles heel gewoon. Maar ik wilde iets vreemds zien en mensen uit andere landen ontmoeten. Even dacht ik, ik word ook padvindster, maar dat was een fout. Veels te saai voor mij.”

Nutsschool en wat je wil worden
Geen katholieke of christelijke school voor Nettie. Haar ouders waren niet gelovig, dus ging ze naar een Nutsschool. “Ik dreef mee met de stroom. Liet mij graag meevoeren door alles wat daar gebeurde. Ik interesseerde me niet voor zoveel dingen, totdat we in de zesde klas een onderwijzer kregen die zo goed kon vertellen, dat ik oprecht geïnteresseerd raakte in al zijn verhalen.

Zoals elke ouder vroegen ook Nettie’s ouders op een keer wat zij later wilde worden. Ze antwoordde: “Ik wil erg graag wat van de wereld zien en in de zon liggen. Ik was heel naïef toen hoor, had toen nog geen idee dat je ook geld moest verdienen enzo. Mijn vader heeft van mijn opmerking de hele nacht niet kunnen slapen.”

Lezen en verzamelen
Als je hoort wat ze in haar leven allemaal heeft gedaan dan kun je maar met moeite zeggen dat ze niet geïnteresseerd was en zich met de stroom liet meevoeren. Naast haar favoriete schrijvers Cissy van Marxveld en Sanne van Havelte, hield ze als kind ook heel erg van illustratoren zoals Hans Borrebach en Pol Dom. Vaak ging ze naar een drukkerij waar ze nieuwjaarswensen kreeg, maar ze verzamelde ook ex-librissen.

Kijk je vandaag de dag in de grote kussenkast op haar werkkamer dan vind je daar allerlei verzamelingen: ex-librissen, kerstkaarten en sinaasappelpapieren. Bij haar afscheid in het Stedelijk Museum kreeg ze zelfs haar eigen tentoonstelling nieuwjaarswensen.

De mooiste dame van Maarssen
Nettie op haar 86eNettie’s broer Aart komt nog regelmatig op bezoek. Haar broers en zus leven nog allemaal, ze zijn tussen de zeventig tot ver over de tachtig. Voor verjaardagen en andere vieringen komen ze nog altijd bij elkaar, al gaat dat tegenwoordig soms wat moeilijk met rollator, kunstgebitten en wankelende ledematen. Maar ze lijken nog net zoveel lol te hebben als vroeger; er wordt heel wat afgelachen. Je vindt haar nog regelmatig, wel wat minder vaak dan vroeger door ‘die stramme poot’, in Amsterdam bij een kunstopening of tentoonstelling. Ze leest Vrij Nederland en Hollands Diep, kijkt steevast VPRO Boeken op zondag en weet alles over de jongste illustratoren, fotografen, kunstenaars etcetera. En zoals ze zelf zegt, ze voelt zich zestig lentes jong.

Door: Rosa Romeyn

Tags: , , , , , , , , , , , , ,

3 reacties

  • Leuk om te lezen dat jouw oma de dochter was van de directeur van de Faam. Ik ruik meteen de lekkere snoeplucht die er soms over Breda hing, toen ik daar in de jaren ’80 woonde. Wat een leuke jeugd had zij er in de jaren ’30, zou zo willen ruilen. Neem haar eens mee naar ons dansorkest, wie weet herkent ze nummers uit haar jonge jaren!

  • admin

    Oh dat zou ze vast heel leuk vinden! Ik ga het haar eens voorstellen. Ze heeft nog veel leuke verhalen over haar vader en de Faam.

  • Ilse

    Wat leuk om de verhalen vanmiddag uit haar eigen mond te horen! Gaan we gauw nog een keer? Had ook graag je opa gekend. Je komt uit een mooie familie!

Plaats een reactie