Tekens uit liefde


“De volwassenen waarschuwden ons voor een groot monster dat in het water schuilde. Een slaaf van de rivier. Een zwart wezen dat kinderen meetrok naar de donkere dieptes van het kolkende water. De rivier maakte een snel en diep geluid. Soms werden er kinderen meegenomen door het monster.”

Qassim Alsaedy, beeldend kunstenaar, uit Irak, vertelt over zijn jeugd. Over een rijk en intens verleden, over een veilige jeugd in een land dat voor zijn ogen begon te barsten toen hij zijn jeugd verliet, en waar hij als jong volwassene kennismaakte met een ander monster dat was geboren.

Ik ontmoet Qassim in zijn atelier, in Soest. Het is warm buiten. Het bos geeft wat koelte. De ramen staan open en een zacht windje waait door de twee kleine ruimtes. Het ruikt er naar verf, canvas en klei. Kleine tekens op de schilderijen trekken mijn aandacht. Zonder dat ik weet wat er ‘staat’, komen de verhalen bijna los van het doek. Ik begin een beetje te dromen en vergeet even dat ik kwam om te luisteren naar zijn jeugdherinneringen.

Qassim AlsaedyDenken in beelden
Niet iedereen heeft direct de herinneringen uit zijn jeugd voor ogen, maar bij Qassim staan ze heel  duidelijk op zijn netvlies. In beelden, in woorden, geuren, kleuren en sferen. Hij vertelt zo beeldend dat je met weinig moeite het verhaal voor je ziet. Zijn boodschap naar de mensheid maakt ook, zo niet nog meer, indruk.

Hij neemt de tijd, de rust en kijkt met twinkelende ogen uit het raam. Later merk ik dat dit het moment is waarop een fijne herinnering in zijn gedachten vorm krijgt. De woorden, de liefde voor de mensen uit zijn verleden, de mooie, de grote en kleine, de intens heftige momenten, stromen als beelden uit zijn mond en staan direct op je netvlies. Omringd door zijn schilderijen en keramiek, begint zijn leven en verleden te leven, bijna tastbaar zelfs. Als vanzelf word je meegesleept in een andere tijd en plaats. Gelukkig niet door een riviermonster (al zag ik dat enge, nare beest wel goed voor me), maar door bescheiden overweldigende woorden van liefde en veilige herinneringen uit een land, een familie en een mens die veel obstakels overwint met zijn verbeelding en monsterlijke taferelen te lijf gaat met liefde.

~

Vis en klei
Qassim wordt geboren in Bagdad, in 1949. Het huis waar hij met zijn broers, zussen en ouders woont, staat “in de schouder” van de rivier. Het heeft een aantal kamers; zij wonen er in één. In de andere kamers woont een andere familie. “De rivier rook naar een mix van vis en klei. Het water was bruin. Na veel regenval stroomde de rivier over en moesten we soms het huis tijdelijk verlaten.”

In een land waar de zon altijd hoog aan de hemel staat, is het koele water zeer verleidelijk. Als jongetje neemt hij dan ook regelmatig een frisse duik in de rivier. Onverschrokken, niet bang voor het monster. “Op een dag kwam ik thuis. Mijn moeder keek me fel aan en vroeg me: “Qassim, heb jij in de rivier gezwommen?” “Nee”, zei ik. Ik kreeg direct een pets. Helemaal verbaasd, want hoe kon ze dat nou weten? Even later begreep ik het; in mijn haren zaten de resten van opgedroogde klei.”

Thuis: gezellig en geborgen
“Ik was de eerste jongen, van een gezin van vier kinderen. Wij hielpen elkaar met van alles, maar als oudste deed je altijd net iets meer.” ’s Avonds komt iedereen bij elkaar. De gehele familie zit rond een groot rond bord. “We aten vaak aubergines, die leken op het uiteinde van een kraan. Een paar jaar geleden was ik in een galerie en toen zag ik een schaal van Gert de Rijk. Deze deed mij aan ons eettafereel denken: hij was groot en rond. Ik heb hem gelijk gekocht.”

Vader en moeder: whisky en tekens
“Een stille vriend, mijn beste vriend, met oog voor de schoonheid van de vrouw.” Als Qassim vertelt over zijn vader, dan wordt zijn stem zacht. Een diep respect klinkt door. Een grote liefde voor een man die met hart en ziel zijn leven leidt, zijn familie op de hoogste plaats zet, en plechtig Qassim op zijn 16e zijn eerste glas whisky geeft. “Op een dag liep ik met mijn vader over straat. Er kwamen drie vrouwen naar ons toe lopen. Hij zei: “Qassim, kijk!” De vrouwen liepen voorbij. “Qassim, welke vrouw was het mooist?”. “Die, rechter”, zei ik. “Bravo! Qassim”, riep mijn vader.

Qassim AlsaedyQassim’s moeder is de lijm die iedereen bij elkaar houdt. Zorgzaam, maar ook streng. “Een prachtige en dappere vrouw,” vertelt Qassim, er rolt een diepe, lange ‘r’ uit zijn keel bij de woorden ‘prachtig’ en ‘dapper’. Hoewel zijn moeder niet kan lezen en schrijven, en dat niet aan de kinderen laat merken, schrijft zij ook, in haar eigen taal. Terwijl Qassim op de grond zijn huiswerk doet, tekent zij, zittend in een hoekje, haar eigen tekens op papier. “Ik doe mijn huiswerk ook”, vertelt ze hem als ze doorheeft dat hij naar haar kijkt. “Dat was pas kunst”, laat Qassim vallen als hij aan haar terugdenkt. “Op die manier gaf zij uiting aan wat er in haar omging.”

Portretten en het mysterieuze witte potlood
De ouders van Qassim vinden scholing belangrijker dan werk. Ze stoppen veel tijd, geld en aandacht in de opleiding van hun kinderen. “Ik was een gewone leerlingen: niet slecht, maar ook niet uitzonderlijk goed. School was goed voor me, maar ik wilde altijd iets anders ontdekken. Iets voor mijzelf een stukje voor en van mezelf.” Dat stukje is tekenen. Als jonge jongen tekent Qassim portretten, specifiek van één man: Abdul Karim Qasim (politiek leider en premier van Irak in de periode 1958 – 1963). Qassim heeft talent; meerdere malen krijgt hij complimenten voor zijn interpretatie van deze leider. ”Voor mij was het niet moeilijk om hem op papier te zetten, hij was in het land zeer geliefd.”

Een tekenaar kan uiteraard niet zonder potloden. In een gezin dat het niet breed heeft, is een doos potloden niet alledaags. “Het krijgen van een doos kleurpotloden was het paradijs! Een schat, waar ik heel zuinig en trots op was. Rood, blauw, groen, paars. Alle kleuren van de regenboog zaten in de doos, maar één potlood was toch wel heel bijzonder: de witte. Dat je daar mee kon tekenen, was een hele openbaring voor mij. Op een donkere ondergrond, ontstonden witte strepen. Dat is toch een wonder?”

Qassim Alsaedy - 14th side, 3D werk (potloden)De verdwijning van de potloden
Ze zeggen weleens dat aan alles een einde komt, maar soms is het maar voor even. Op een dag wil Qassim weer gaan tekenen, maar zijn potloden zijn spoorloos verdwenen. Hij is radeloos, ze zijn nergens meer te vinden. Hij zoekt de hele dag door. Als snel komt hij erachter dat zijn neef ze heeft verkocht voor een beetje geld. “Een ramp”, vertelt Qassim, “Want hoe moest ik nu nog tekenen?” Gelukkig komt daar al snel een oplossing voor; hij krijgt een nieuwe doos kleurpotloden van zijn ouders, inclusief een witte.

Een nieuw huis van klei en een brug naar de hemel
Als Qassim wat ouder is, heeft zijn vader onverwachts geen werk meer. Het gezin verhuist daarom naar de andere kant van de stad. Het nieuwe huis wordt opgebouwd op kleigrond. Qassim helpt bij het verplaatsen van de brokken klei. “Voor het eerst in mijn leven kon ik de klei aanraken. Ik maakte er, tussen het werken door, portretten in en sjouwde vervolgens de opgedroogde kleiportretten mee naar school om ze aan mijn leraar te laten zien. Hij gaf mij veel complimenten.”

Van school naar huis. Daartussen is een dam. De dam scheidt niet alleen het water, maar maakt ook het verschil zichtbaar tussen arm en rijk. De rijke kinderen hebben geen moddervoeten; in hun buurt zijn de straten van steen. Op de brug, de plek waar rijk overgaat in arm en andersom, zijn de mensen het dichtst bij de hemel. Qassim ziet dat de arme mensen hier vaak aan God vragen waarom zij nu arm zijn. “Ik bedacht me toen ook vaak waarom dat zo was dat wij arm waren. God gaf geen antwoord; hij kon niets doen.”

Een schat aan boeken
Op zijn tiende heeft Qassim en baantje als koffieschenker en schoonmaker van koffiekopjes. Van het geld koopt hij zijn eerste boek. “Het was een poëzieboek met Perzische gedichten van Omar Chajjaam. Mijn vader was blij dat ik zoveel van boeken hield. Vooral de vertellingen van Duizend-en-één-Nacht vonden we allebei erg mooi. Als we daaruit lazen, droomden we van verre oorden en mooie reizen. Op een dag keek ik naar al mijn boeken op de boekenplank. Door de jaren heen was het aantal boeken gegroeid. Ik zag daar een grote schat aan kennis staan, met mooie verhalen en beelden.”

Qassim AlsaedyOveral vrolijkheid
In de jeugd van Qassim rijden er door Bagdad koetsjes met paarden, met een dak van zwart leer, over de stoffige wegen. “Als kind wilde ik altijd meerijden. Ik herinner mij nog het vrolijke geluid van de wielen en het ritme van de hoeven van de paarden. Het was altijd druk op straat met koetsjes en mensen, maar op feestdagen was het extra druk; het gaf het leven en de stad iets extra vrolijks. Met vrienden ging ik dan cola drinken of naar de bioscoop.”

Vrij
Niet alleen op feestdagen is het buiten druk. De demonstraties in 1958 (het jaar waarin de monarchie door de (Abdul Karim) Qasim-revolutie omver werd geworpen) zijn voor Qassim bijzonder. “Er waren veel mensen op de been. Als tienjarige jongen liep ik met de grote mensen mee. Ik had zelf ook een mooi, groot spandoek. Ik was er trots op.”

~

Inspiratie uit beelden: van jeugd naar een bewogen volwassen bestaan

“Wat was mijn vader trots toen ik mijn eerste schilderij had verkocht en ik mijn werk kon exposeren. Hij zei niks, maar ik wist dat hij het was.”

De beelden van zijn jeugd draagt Qassim in zijn hart en zijn hoofd. Hij gebruikt ze tot op de dag van vandaag nog als inspiratie voor zijn werk.

Andere tijd, nieuwe beelden
Tegen het einde van zijn jeugd wordt het land grimmiger. Geïnspireerd door exposities van Irakese kunstenaars besluit Qassim zich in te schrijven bij de kunstacademie van Bagdad. Ook in de overgang van jeugd naar volwassenheid, en het kunstenaarschap, blijft hij zich vragen stellen over de wereld om hem heen. Net als vroeger zet hij dat om in beelden, maar nu vanuit een meer bewuste visie. De veiligheid in het land, zoals hij die in zijn jeugd heeft gekend, verdwijnt. Hoewel de kunstenaars in Irak lang uit het vizier van het regime blijven, worden ook zijn tenslotte een doelwit. Het Ba’thregime ‘stapt’ met harde hand het kunstonderwijs in en daarmee ook in de kunst en opvattingen van de kunstenaars uit de jaren zeventig. Het leidt tot de arrestaties van verschillende kunstenaars, waaronder ook Qassim. Ditmaal krijgt hij te maken met de monsterlijke kant van de mens. Negen maanden lang doorstaat hij martelingen in de beruchte gevangenis ‘Qasr al-Nihayyah’, ‘het Paleis van het Einde’. Terwijl zijn ouders al die tijd tevergeefs naar hem zoeken, reist Qassim af naar het land van de verbeelding. In het donker van de isoleercel en de permanente dreiging van executie, ontdekt Qassim in de kalkmuren tekens. Elke dag vindt hij er meer. Woorden, tekeningen, krassen. Tekens van mensen die hem voor zijn geweest. “Het waren boodschappen van pijn en hoop, van mensen die lieten weten dat zij hier waren geweest en bestonden. Sporen van hun bestaan.”

Qassim AlsaedyEen kunstenaar over liefde en schoonheid
Het monster in de rivier en het monster in de mens, maakt in Qassim geen monster wakker, integendeel. Zijn persoonlijke ervaringen en de beelden op zijn netvlies laat Qassim naar voren komen in zijn werk. Vergezeld van kennis over de kunst, kunstenaars, materialen, de kunstfilosofie en –geschiedenis, maakt hij zich langzaamaan een eigen handtekening meester. [1] De tekens van zijn moeder en op de muren van de gevangenis worden in de loop der tijd symbolen en de symbolen worden muziek. De muziek zet Qassim om in beelden. Spijkers, potloden, tekens, patroonhulzen, felle, donkere en zachte kleuren. Tastbaar op canvas, hout, papier of klei. Vandaag de dag werkt hij nog steeds met deze materialen. Nu in Soest. “Het waren tekens van het hoofd en van het hart”, vertelt hij met zachte stem.In zijn werk schuwt Qassim niet het donkere met de lichte kant van de mens te verenigen. Hij wil laten zien dat er altijd nog liefde en schoonheid is, hoe duister het ook wordt. “Pijnlijke sporen blijven bestaan, maar dat is niet erg. Het hoort ook bij het leven”, vindt Qassim.

“Je moet geloven in tekens van binnen en van buiten. In wat er om je heen gebeurt, maar ook wat in je leeft. Ik praat nog steeds met mijn moeder terwijl ik aan het werk ben. Laat haar zien wat ik nu heb gemaakt. De pijn, de angst en het kwaad wordt altijd overwonnen door de liefde en hoop, die zijn namelijk zoveel sterker. Wat daarbij helpt is de schoonheid. Iedereen heeft die nodig. Schoonheid is puur. Kleuren en je kindertijd zijn ook puur. Schoonheid is blij, zo vrij als een vogel. Zet het tegenover lelijkheid en je maakt het zwakker.”

Een trotse vader
Tot op de dag van vandaag exposeert Qassim in verschillende landen zoals Irak, Libanon, Syrië, Jemen, Libië, Frankrijk, Duitsland, België, de Verenigde Arabische Emiraten, Italië, Zweden en Nederland. Daarnaast draagt hij zijn kennis over als docent in het kunstonderwijs.[2] In zijn reizen komt hij ook nog weleens in Bagdad. Dat brengt hem in 2009 terug naar de plek waar hij werd geboren. “De omgeving was anders, het was niet meer zoals vroeger.”

In een land waar het relatief rustig is, kan een mens ook van binnen de tijd nemen om tot rust te komen. In de jaren negentig komt hij, samen met zijn gezin, naar Nederland en vindt daar zijn weg in de kunstwereld. Naast het kunstenaarschap is Qassim zelf ook vader. Eentje die trots is op zijn kinderen en hen zoveel mogelijk wijsheid meegeeft voor hun leven.

Qassim exposeert met regelmaat in verschillende galeries, zowel in Nederland als daarbuiten. Zijn werk is onder meer te zien bij Galerie Frank Welkenhuysen (Utrecht) en Diversity & Art (Amsterdam).

Zie ook: qassim-alsaedy.com


[1] Bron: Floris Scheve, begeleidende tekst bij tentoonstelling ‘Shortly after the War’, Diversity & Art, april 2011

[2] Bron: Galerie en Kunstmakelaardij Frank Welkenhuysen

Tags: , , , , , , , , , ,

Geen reacties

Plaats een reactie