Vrijheid in zicht

Karin Verboeket (1959, Den Haag)

Het gevoel
De eerste keer dat een gevoel groter wordt dan jezelf maakt diepe indruk. Misschien omdat je er opeens een helder beeld bij krijgt. Zo verschijnt vrijheid aan mij als een strakblauwe lucht. Met armen als vleugels rent zij over groene, glooiende weidevelden. Haar haren wapperen. Haar ogen fonkelen. Zij zingt, zingt, zingt. Voortaan heeft vrijheid een eigen gezicht. Groen, blauw, weids en open. Samen met mijn moeder ga ik naar de film. Ik ben tenslotte al negen. Ik mag mee ‘uit’ naar ‘The sound of music’… We neuriën de liedjes in de schemering. De hele weg naar huis. Hand in hand. Binnen zie ik mijn vader staan. Zijn gestalte in de flets blauwe pyjama tekent zich scherp af tegen het felrode zeil van de lange gang. Hij is eindelijk weer thuis. Met een jetlag. Dat woord ken ik goed. Mijn vader reist zo veel. Zijn eerste woorden zijn: “Het gaat door. We gaan verhuizen. We gaan terug”.

Afscheid
De laatste weken voor de grote reis zoeken we uit, gooien we weg en pakken we in. Kriebelende wollen winterkleren blijven. “Alleen katoen gaat mee”, roept mijn moeder steeds. Er mag maar een stuk speelgoed in de koffer. Anders wordt het te zwaar. Kiezen is moeilijk. Uiteindelijk laat ik alles maar achter. Zusters in onberispelijk witte jassen prikken ons. Het stinkt. Mijn arm wordt stijf. Maar we krijgen ieder een eigen inentingsboekje. Geel met dikke, zwarte letters. Ik heb geoefend en schrijf mijn eerste handtekening. Heel zwierig. Net echt. De reis kan beginnen.
Bij vertrek hoort afscheid. Van school, van vriendjes, van oma en … van de boeken uit de bibliotheek. Nu weet ik nooit meer hoe het verhaal met de kabouter afloopt. Ik ben pas op pagina 21. Hebben ze daar eigenlijk ook boeken? In het Nederlands?
Door de onzekerheid heen weeft zich het kersverse plaatje van de vrijheid. Als een zoete verleiding. De groene weiden en de blauwe lucht zijn onveranderd. Alleen Julie Andrews is vervangen door een paard. Ik rijd met wapperende haren. Ik zing, zing, zing. Ik weet het zeker. Wij gaan wonen in een houten huis op palen. Daaronder maak ik een plekje voor mijn paard. Elke ochtend rijden we over de groene heuvels en door de blauwe lucht.

De reis
De vrijheid is nog maar een vliegreis ver. Zeker dertig uur zitten we stil en stappen we uit. Steeds opnieuw hetzelfde ritme. Op elke vliegtuigtrap voelt de buitenlucht warmer aan. In Bangkok val ik zomaar flauw. Een koud glas cola helpt. Weer verder zie ik de maan in de vorm van een bootje. Hij schijnt over oceanen met sprookjesachtige lichten van vissersboten in de nacht.
Dan landen we in Djakarta. Onze nieuwe woonplaats. Toeterende auto’s, knetterende brommers, stof, stank, bedelaars en veel mensen met halve gezichten en handen zonder vingers. Later leer ik over lepra. Over armoede. Over ontvoeringen. En we leren dat we nooit alleen het hek uit mogen. Huis en tuin zijn ons enige domein. De lucht boven de stad is grijs. En groen? Alleen de palmbomen, hoog in hun kruin, lijken op iets dat je zo kunt noemen. Het gekoesterde beeld verpulvert onder het stof van de miljoenenstad. Het smelt onder de tropenzon. Genadeloos.

Inzicht
Thuis vertel ik niets over mijn teleurstelling. We zijn in het geboorteland van mijn vader en moeder maar vrijheid is niet waaraan zij denken. Hun herinneringen worden wakker. Ze zijn heel levendig en ze gaan over opsluiting en gevangenschap. Niets zeggen. Zoveel begrijp ik wel.
In die beslotenheid van huis en tuin zijn we gelukkig niet alleen. Bij ons wonen en werken mensen van dit land. Hun donkerbruine ogen zijn meteen vertrouwd. Opvallend snel leren we de klanken van hun woorden. We weten feilloos van elkaar wat we denken. Ook al zeggen we soms niets. Zij schuiven zachtjes in ons leven en wij versmelten met hun eten, hun sprookjes, hun muziek, hun hele cultuur. Zij hebben zoveel geduld. Geleidelijk aan opent de wereld zich tot iets wat veel weidser is dan de plek achter het hek. Zij leren mij dat het gevoel van vrijheid, van weids en open, thuis hoort in jezelf. Niet in het groen of blauw van je omgeving. Maar in het contact met mensen van andere culturen.
In die wetenschap voelt het leven licht. Zelfs na het afscheid van de mensen die mij deze waardevolle kennis influisteren. Voortaan is de vrijheid in mijn hoofd het beste paspoort voor de reizen die ik maak. Vrijheid dient zich aan in alle denkbare kleuren, geuren en geluiden. Met elke nieuwe ontmoeting voel ik me rijker dan ooit. Ik blijf reizen ook al is mijn zwartgele inentingsboekje door de jaren heen besmeurd, gescheurd en tot de laatste regel vol.

Door: Karin Verboeket

Tags: , , ,

Geen reacties

Plaats een reactie